In de
tuin staat een beeld wat na de watersnoodramp van 1953 op verzoek van het gemeentebestuur
door Jan Wolkers is ontworpen. Het herinnert ons aan de vele slachtoffers van
de watersnoodramp. Over het ontwerp van het beeld schreef Jan Wolkers zelf in
een brief aan de gemeente: "Het
is een vrouw gehuld in een deken waaronder zij haar verdronken kindje draagt,
waarvan één handje zichtbaar is en dat verder onder de deken schuilgaat. Dit
lijkt mij natuurlijk en vooral ook noodzakelijk, om iedere pathetiek te vermijden.
De tragiek moet meer spreken door de sfeer van het beeld dan dat dat door het
onderwerp te nadrukkelijk wordt geaccentueerd." Het liefst zag ik de
sokkel uitgevoerd in hardsteen.”
Wat de tekst betreft, breng ik een prachtig
kwatrijn van A. Roland Holst onder Uw aandacht. Dezelfde dichter die ook de
tekst voor het nationaal monument op de Dam heeft geschreven.
Hoort gij de zee achter mijn Hart?
Dan zal ik heen zijn
En gij zult met de zee alleen zijn.
De golven zullen breken in Uw hart.
Dit is het
meest geschikte dat ik in de Ned. poëzie heb gevonden."
Op 1 februari 2013 zijn op de sokkel 3 glazen
plaquettes aangebracht met daarop vermeld de namen van de 58 slachtoffers van
de Watersnoodramp van 1953 in Kruiningen. Bij dit beeld worden jaarlijks op 1
februari t.g.v. de herdenking van de slachtoffers kransen en bloemen gelegd.